Voor een effectieve kathodische bescherming is het belangrijk dat alle metalen onderdelen die onder water staan, goed worden beschermd door anodes. In de praktijk betekent dit dat elk afzonderlijk onderdeel óf een eigen anode heeft, óf elektrisch verbonden is met een onderdeel dat al door een anode wordt beschermd.
De meeste boten hebben minimaal een anode op de schroefas en, indien aanwezig, op het roer. Bij boten met een saildrive worden altijd de door de fabrikant voorgeschreven anodes toegepast; deze beschermen zowel de saildrive als de aangesloten metalen onderdelen.
Onderdelen zoals trimvlakken, stabilisatoren en andere losse metalen delen onder de waterlijn vereisen elk een eigen anode. Metalen huiddoorvoeren worden vaak meebeschermd via bestaande anodes, maar bij meerdere metalen doorvoeren of twijfel over de elektrische verbinding kan een extra romp-anode noodzakelijk zijn.
Anodes moeten zo dicht mogelijk bij het te beschermen onderdeel worden geplaatst en altijd onder water blijven, zowel tijdens het varen als bij stilstand. Wanneer een anode na een vaarseizoen nauwelijks is aangetast, wijst dit meestal op slecht contact of een onjuiste plaatsing. Is een anode juist zeer snel verbruikt, dan is aanvullende bescherming nodig.
Door anodes correct te plaatsen en jaarlijks te controleren, blijft de corrosiebescherming betrouwbaar en worden kostbare metalen onderdelen effectief beschermd.